Dorst
Reizigers stopten vaak bij Mongs hut.
Het was de eerste bewoonde plek na de lange steppeweg. Sommigen waren hongerig, de meesten dorstig. Een enkeling was dorstig naar inzicht.
Voor Mong maakte het niets uit: hij was zijn eigen leraar en leerling tegelijk.
Maar de enkeling die hem niet zag als een onnozele hals, wilde Mongs meesterschap bevestigd of ontmaskerd zien.
En zo zei de reiziger tegen Mong: 'Leer mij spiritueel worden.' Mong zei: 'Graaf een kuil in de grond.'
De reiziger zei: 'En dan?'
'Graaf tot je water bereikt - vul het gat met slib van de rivieroever en mest van de pony's. Ga naar de markt in de stad en koop een jonge kersenboom, plant hem, blijf bij het boompje in alle seizoenen die komen, wied het onkruid om zijn starn weg, pluk de rupsen op zijn blad en wacht. Als ooit de bloesem verschijnt, bescherm hem tegen vorst en hagel met je eigen handen, en als de eerste kersen eindelijk verschijnen en dieprood glanzen, kijk dan met vreugde hoe de spreeuwen ze allemaal roven. En als je dan lachen kunt - dan ben je spiritueel!'
De reiziger schokschouderde, zadelde zijn paard ... en vertrok.
Op Mongs gezicht verscheen een glimlach.