Naastenliefde
Mong was iemand die makkelijk gaf en deelde.
De mensen waardeerden dat en de dankbaarheid van anderen
gaf Mong het comfortabele gevoel een goed mens te zijn.
Toen hij een jaar bij Ling woonde en werkte, droeg hij eens,
ongevraagd, een zware zak met uien naar de wagen van een klant.
Hij hoorde de man tegen Ling zeggen: ‘Man, jij boft maar met
zo’n goede hulp.’
Mong keek bescheiden naar de grond, maar vanbinnen gloeide
hij van trots.
Toen de klant weg was gereden, keek Ling Mong doordringend
aan en zei: ‘Mong, je liegt tegen jezelf en je gelooft in je eigen leugen’.
Mong was diep, heel diep geschokt, en hij zei met trillende stem:
‘Ling, ik snap je niet, je doet me pijn, diep vanbinnen.’
Ling antwoordde onverstoorbaar: ‘als je die pijn voelt, snap je
van binnen wél wat ik bedoel.
Onderzoek in jezelf of jij die behulpzame, onbaatzuchtige Mong bent
uit liefde voor je medemens óf uit angst voor hun afwijzing als
jij niet zo bent.’
Na een zware maand zei Mong tegen Ling: ‘Ling, je hebt gelijk,
ik schaam me diep.’
Ling zei vriendelijk: ‘niemand kan opstaan zonder eerst gevallen
te zijn; schuld, schaamte, en zelfverwijt zijn onvruchtbare emoties,
want ze zuigen je terug in onvruchtbaar gepieker. Ga door met je
zelf, je drijfveren in je omgang met mensen te onderzoeken.